De oude doos
Kleding
Hondenziekte
KLEDING
In het nog niet zo verre verleden was het gebruikelijk dat vrouwelijke keur-meesters tijdens een tentoonstelling op hun paasbest gekleed gingen, com-pleet met hoed. Vooral op Engelse shows konden de hoeden af en toe concur-reren met de beroemde Ascot paardenshow, ook die van de exposanten overigens. Nu is het niet zo dat de dames keurmeester er tegenwoordig als hobbezakken bijlopen, maar het is toch allemaal wel wat informeler geworden.
Alicia Pennington, een beroemde Engelse fokster van King Charles Spaniels bezocht op een kwade dag met haar Tricolour teefje Tudorhurst Tamora een show in de buitenlucht. Tamora was dol op het plattelandsleven en achter-volgde in de regel alles wat bewoog. Alicia werd wit om de neus toen zij zag dat de keurmeester van die dag, een oudere dame, een compleet jachttafereel op haar hoofd had inclusief fazant. Als dat maar goed ging!
Het ging dus niet goed. Vanaf het moment dat ze op tafel werd gezet loerde Tamora vanuit haar ooghoeken naar die reuze interessante hoed. Op het moment dat de keurmeester voorover boog om de hond te betasten voltrok zich een rampenscenario: De hond sprong naar de hoed en rukte deze van het hoofd van de totaal verbijsterde dame;
er ontspon een zich weinig verheven strijd om de hoed tussen de hond en de eigenares van het hoofddeksel. Beiden rukten uit alle macht om het kleinood in bezit te krijgen respectievelijk te houden. Door tussenkomst van een geheel verbouwereerde exposante, die het liefst 10 meter in de grond was weggezakt, kon de hoed uiteindelijk bevrijd worden en teruggegeven aan de rechtmatige eigenares, die het volledig geruineerde jachtgebeuren plompverloren op haar hoofd plantte.
In haar gehele veertigjare carrière als fokster had Alicia zich niet zo beschaamd gevoeld.
A.v..d.Berg-Hage

HONDENZIEKTE
Het woord “Hondenziekte” doet denken aan iets engs uit lang vervlogen tijden. In de westerse wereld komt hondenziekte niet of nauwelijks voor; vrijwel alle honden worden jaarlijks gevaccineerd tegen hondenziekte en vele bazen vragen zich af of dit eigenlijk nog wel nodig is. De vaccinatie tegen hondenziekte zit in een cocktail en het verwijderen hiervan kost meer dan de cocktail dus laten de hondeneigenaars het maar zo. De situatie rond deze ziekte is echter niet altijd zo geweest als vandaag de dag.
In het begin van de 20e eeuw woedde er een ware hondenziekte epidemie in Europa en de Verenigde Staten (in engelstalige landen spreekt men van “distemper” ). Sommige kennels werden kompleet weggevaagd en er was geen fokker die niet met deze ellendige ziekte te maken kreeg. Vooral hondententoonstellingen vormden een bron van besmetting; het bezoeken van een tentoonstelling was bepaald niet zonder risico en velen brachten het distempervirus mee terug naar hun kennels.
De veterinaire geneeskunde stond in die tijd nog in de kinderschoenen, zeker voor wat betreft de zgn “kleine huisdieren”. Tegen distemper bestond geen enkele remedie. Het ligt voor de hand dat radeloze fokkers, die geheel op zichzelf waren aangewezen, uiteindelijk zelf maar gingen experimenteren met pillen en drankjes. Vaak zal het middel erger geweest zijn dan de kwaal. Zo gaf de Duitse fokker Arthur Seyfahrt die onder de kennelnaam “Schloss Augustusburg” honden per postorder verkocht elke verzonden hond een doos zelf gemaakte distemperpillen mee. Wanneer de hond geluk had overleefde hij de medicatie.
Ook Lillian C. Raymond Mallock, een beroemde Amerikaanse fokster van Toydogs, die later naar Engeland verhuisde, experimenteerde met medicijnen tegen distemper. Mrs. Raymond Mallock had in haar kennels diverse rassen, maar haar Yorkshire Terriers en vooral haar King Charles Spaniels werden onder de naam “Ashton More” wereldberoemd. Een groot deel van de huidige wereldpopulatie is terug te voeren op de Ashton More honden. Een van haar beroemdste fokproducten was de Tricolour Ashton More Michael, die in 1934 op 2-jarige leeftijd aan distemper overleed. Ondanks zijn korte leven drukte Michael zijn stempel op het ras. Hij is in opgezette vorm te bewonderen in het British Museum for Natural History in Tring. Mrs. Raymond Mallock was een societylady die er voor haar tijd zeer vooruitstrevende denkbeelden op na hield. Haar plotselinge dood in 1937 betekende het einde van de Ashton More legende.
In haar boek “Toydogs” dat in 1907 in Michigan verscheen doet zij uit de doeken hoe zij de ziekte bestrijdt:
“ Distemper is een van de meest fatale ziekten die een hond kan treffen en eentje die vermoedelijk meer slachtoffers eist dan enige andere ziekte. Distemper kent drie vormen die respectievelijk hoofd, longen en ingewanden aantasten. Jonge pups zijn het meest ontvankelijk voor de ravage die deze ziekte aanricht en de sterfte onder hen is het grootst. Oudere honden kunnen echter ook getroffen worden en zij die vaak naar een tentoonstelling gaan zullen hieraan zelden ontsnappen, want distemper is besmettelijk en infectueus. Het ontstaat niet spontaan zoals velen geloven, maar het wordt veroorzaakt door een specifiek virus.
Honden die aan deze ziekte lijden moeten onmiddellijk in quarantaine en zij die van een tentoonstelling terugkomen mogen onder geen voorwaarde in contact komen met pups (een complete kennel is op deze wijze verloren gegaan). Men gaat er algemeen vanuit dat een aanval van distemper een levenslange immuniteit tegen de ziekte geeft, maar dit is niet altijd het geval.
Een van mijn eigen Yorkshire Terriers had de ziekte toen hij een pup was en werd op 8-jarige leeftijd nogmaals getroffen. Maar in de meeste gevallen is een hond die distemper overleeft voor de rest van zijn leven redelijk veilig.
Zorgvuldige verpleging is het halve werk in de strijd tegen deze fatale ziekte; altijd klaar zijn voor de vijand is eveneens van groot belang, want er is geen ziekte die het lichaam zo snel uitput en vernietigt als distemper en wanneer de hersenen aangetast worden is er doorgaans geen genezing meer mogelijk. Daarom moet men bij de eerste voortekenen de kleine zieke volop versterkend voedsel geven om hem op krachten te houden. Zo lang hij wil eten is er niet zoveel gevaar en zolang hij het met een lepel ingegeven voedsel binnenhoudt is er hoop; wanneer dit echter niet het geval is zijn de kansen op herstel gering. Houd de patiënt indien mogelijk in quarantaine op de bovenste verdieping van het huis in een vrolijke lichte kamer waar een gelijkmatige temperatuur moet heersen; de kamer moet goed geventileerd zijn, maar tocht is uit den boze.
Distemper duurt gewoonlijk drie tot zes weken; de eerste symptomen zijn sloomheid, verlies van eetlust, koorts, loopneuzen en –ogen, hijgen en soms heftig niezen. De eerste stap die nu genomen moet worden is de kleine een flanellen jasje aandoen (eventueel een stuk van een lamswollen ondervest). Het jasje moet de voorste helft van de hond bedekken en voornamelijk borst en longen beschermen. Vervolgens begin ik met het ingeven van carbolglycerine, mijn goede oude huismiddeltje, de meest fantastische combinatie die ik ooit ben tegengekomen en waarvoor ik de beroemde Engelse dierenschilderes en hondenliefhebster Miss Fairman, die mij enkele jaren geleden het recept gaf, eeuwig dankbaar ben. De verhouding is een deel carbol op tien delen glycerine. Er zijn maar kleine hoeveelheden nodig, want dit medicijn desinfecteert zorgvuldig het hele lichaam en voorkomt dat de ziekte haar ernstigste vormen bereikt.
Ik heb dit medicijn aan honderden honden gegeven met fenomenaal succes en ik beschouw dit als de meest waardevolle ontdekking op dit gebied. Het is tevens een belangrijk preventiemiddel tegen distemper en zou altijd moeten worden gegeven aan alle honden in de kennel waar de ziekte heerst en aan alle honden die naar een tentoonstelling gaan. Ik heb heel wat geshowd de afgelopen jaren en kan met de hand op mijn hart verklaren dat geen enkele hond distemper mee naar huis gebracht heeft en ik ben ervan overtuigd dat dit uitsluitend te danken is aan het feit dat de honden twee keer per dag acht druppels carbolglycerine kregen zolang zij op de tentoonstelling waren.
In ernstige gevallen van distemper kan het middel elke vier uur gegeven worden, maar meestal zal drie keer per dag voldoende zijn; de hoeveelheden variëren van drie druppels voor een pup van zes weken tot twintig druppels voor een hond van twintig pond (engelse gewichtseenheid, 1 pound = 16 ounces = 0,4536 kg,AvdB). Voor de gemiddelde hond zijn tien druppels genoeg; deze kunnen met een theelepeltje water worden ingegeven. De temperatuur van een zieke hond moet natuurlijk regelmatig worden opgenomen. In geval van constipatie kan een mild laxeermiddel worden gegeven, maar bij diarree (en dat komt veel vaker voor) is drie keer per dag een theelepeltje rabarbertinctuur met wat warm water een goed medicijn; ook een tablet van vijf grein (1grein = 64,7989 mg, AvdB) Salol ’s morgens en ’s avonds doet wonderen; pups krijgen een halve dosering. Zorgvuldig bereide pijlwortel met een paar druppels brandy is vaak ook heel effectief en dit is in ieder geval voor jonge pups het veiligste middel.
Ruw zetmeel met wat melk kan soms met succes worden gegeven en havermoutwater is een goed alternatief voor gewoon drinkwater. In hele ernstige gevallen kunnen vijf druppels laudanum (een opiumpreparaat dat in de 19e eeuw vaak aan zieken werd gegeven bij gebrek aan iets beters, AvdB) met wat melk worden gegeven, maar dit is een heel krachtig medicijn en de effecten hiervan moeten nauwkeurig worden genoteerd.
Braken veroorzaakt vaak problemen en kan uiteindelijk fataal worden; twintig druppels van een 5%-cocaïne oplossing, elke twintig minuten herhaald, helpen in de meeste gevallen het braken te stoppen. Het is heel belangrijk de maag niet te overladen; het dieet moet goed verteerbaar zijn. Ik geef aan vloeibare vleespeptonoiden (pepton is een stof die ontstaat wanneer eiwit door pepsine verteerd wordt; het wordt kunstmatig bereid door pepsine te laten inwerken op gehakt vlees en wordt ook in de humane geneeskunde aan maagpatiënten gegeven, AvdB) de voorkeur boven alles. In feite geef ik dit gedurende de hele ziekteperiode. Het is altijd waardevol, maar in het bijzonder wanneer de maag zwak is en wanneer geen enkel ander voedsel wordt binnengehouden. Het staat buiten kijf dat het verstrekken van hoogwaardig voedsel voor honden die aan distemper lijden van levensbelang is en dat kwaliteit hierbij voorop moet staan.
Wanneer de herstelfase is ingetreden zijn de volgende tonicpillen nuttig: negen grein kinine, dertien grein ijzersulfaat, achttien grein gentiaanextract, dertien grein poedersuiker; maak hiervan een dozijn pillen en geef er een elke morgen en elke avond”.
Wij mogen in onze tijd toch wel blij zijn dat we dergelijke rampen met een simpele jaarlijkse vaccinatie kunnen voorkomen. Het gebruik van carbolglycerine was overigens zo gek nog niet. In vroeger tijden werd dit in veel huisgezinnen als een soort haarlemmerolie gebruikt tegen allerlei kwaaltjes. Mijn eigen grootmoeder had het altijd in huis.
Lillian C. Raymond Mallock
Uit “ Toydogs” 1907
Vertaling: Ankie v.d.Berg-Hage
